Dikke darmkanker is de derde meest voorkomende kanker bij mannen en vrouwen. Leeftijd vormt de belangrijkste risicofactor al speelt ook levensstijl een rol (bv consumptie van rood en bewerkt vlees, overmatig alcoholgebruik,…). In sommige gevallen is er een familiale voorbeschiktheid of kan er sprake zijn van een zeldzame erfelijke aandoening zoals bv het syndroom van Lynch of familiale adenomateuze polyposis (FAP).
Darmkanker ontstaat meestal vanuit een poliep, die over een periode van gemiddeld 10 jaar kan uitgroeien naar een kwaadaardige tumor. Het preventief opsporen en wegnemen van de nog goedaardige poliepen dmv een darmonderzoek (coloscopie) kan in veel gevallen darmkanker voorkomen. Mannen en vrouwen tussen 50 en 74 jaar worden 2-jaarlijks uitgenodigd om een stoelgangsstaal te laten analyseren op aanwezigheid van occult bloed (= bevolkingsonderzoek dikke darmkanker). Bij een afwijkende test is verder nazicht dmv een coloscopie aangewezen.
Mogelijke symptomen die kunnen wijzen op darmkanker zijn aanhoudende buikpijn, veranderd stoelgangspatroon, bloed- of slijmverlies bij de stoelgang, onverklaarde vermagering, …
De diagnose wordt meestal gesteld adhv een darmonderzoek waarbij dmv een camera de binnenkant van de dikke darm wordt onderzocht en weefselstalen worden genomen voor microscopisch onderzoek. Naast een bloedonderzoek zullen verdere stagingonderzoeken worden uitgevoerd, dit kan gaan om een CT-scan, PET-scan of MRI. Deze onderzoeken zijn nodig om de uitgebreidheid van de ziekte en eventuele verspreiding naar andere organen in beeld te brengen.
De behandeling is erg afhankelijk van het stadium van de ziekte, de lokalisatie en de algemene toestand van de patiënt. Mogelijke behandelingsopties zijn heelkundige resectie, chemotherapie, radiotherapie, doelgerichte therapie of immuuntherapie. Dit zal altijd in een multidisciplinair overleg besproken worden.