Slaapapneu
Wat is slaapapneu?

Een apneu is een ademstop tijdens de slaap gedurende ten minste 10 seconden. Het lichaam detecteert deze ademstop en de hersenen geven een signaal om wakker te worden, hetgeen men zich al dan niet herinnert. Deze verstoring van de slaap ten gevolge van de ademstop noemt men een arousal.

Iedereen heeft wel eens een apneu tijdens zijn slaap. Maar het is pas wanneer deze vaak en lang voorkomen, dat ze een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid.

Daarom wordt het aantal apneus (volledige ademstop) en hypopneus (gedeeltelijke ademstop) per uur slaap bepaald. Deze apneu-hypopneu index (AHI) wordt gebruikt om de ernst van het slaapaneu in te schatten. Bij een AHI tussen 5-15/u spreekt men van mild slaapaneu, bij een AHI van 15-30 van een matig slaapapneu en men spreekt van ernstig slaapapneu bij een AHI > 30/u.

Welke vormen van slaapapneu komen voor?

Het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) wordt veroorzaakt door een toeklappen van de ademweg thv keelholte. Gedeeltelijk toeklappen van de keelholte veroorzaakt een turbulentie van de luchtstroom, die het weke verhemelte en andere structuren aan het trillen brengt, hetgeen snurken veroorzaakt. Indien bij het snurken de luchtverplaatsing naar de longen afneemt, spreekt men van hypopnoe. Indien de luchtweg volledig toeklapt en de luchtstroom stopt, spreekt men van een apneu. Zowel apnoe’s als hypopnoe’s kunnen aanleiding geven tot zuurstofgebrek in het bloed.

Het Centraal Slaapapneu Syndroom (CSAS) wordt veroorzaakt door een falen van de hersenen in het geven van impulsen naar de ademhalingsspieren. Daardoor worden er geen ademhalingsbewegingen uitgevoerd. De keelholte is hierbij normaal doorgankelijk voor lucht.

De derde vorm van slaapapneu is een mengvorm van OSAS en CSAS: zowel een obstructie van de ademweg als een falen in het prikkelen van de ademhalingsspieren.

vormen-slaapapneu
Risicofactoren

Een aantal factoren kunnen bijdragen tot slaapapneu.

  • Zwaarlijvigheid (o.m. vetweefsel in halsgebied)
  • Leeftijd
  • Gebruik van alcohol, slaap- en kalmeermiddelen
  • Roken
  • Chronische luchtwegirritatie, oedeem
  • Slaaphouding: rugligging
  • Obstructie van de neusholte
  • Obstructie van de keelholte (vergrote amandelen, vergrote huig)
  • Nekomvang
  • Aangezichtsvervormingen
  • Hormonale- en stofwisselingsaandoeningen (na de menopauze komt apneu bv. meer voor)
Symptomen

Tekenen die wijzen op een slaapapneusyndroom zijn onder meer:

  • ademstilstanden tijdens de slaap, gevolgd door luid gesnurk en/of woelen
  • zwaar snurken
  • wakker schrikken met verstikkingsgevoelens
  • ochtendhoofdpijn
  • slaperigheid overdag
  • prikkelbaarheid
  • concentratieverlies, vergeetachtigheid
  • nachtzweten
  • droge mond of pijnlijke keel bij het ontwaken
  • vaak moeten plassen ’s nachts
Waarom is slaapapneu gevaarlijk?

Slaperigheid

Meestal beletten apneuperioden dat er voldoende diepe slaap is en er is ook te weinig droomslaap. Door het voortdurend wakker schieten wordt ook de continuiteit van de slaap verstoord. Dit is de reden waarom apneu leidt tot slaperigheid, concentratiestoornissen en geheugenverlies overdag. Hierdoor is er onder andere een verhoogd risico op verkeers- en arbeidsongevallen.

Hart- en vaatziekten

Slaapapneu wordt algemeen beschouwd als een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Er is een duidelijk verband aangetoond tussen slaapapneu en verhoogde bloeddruk, alsook tussen slaapaneu en hartritmestoornissen (oa voorkamerfibrillatie). Bovendien bestaat een verhoogd risico op hartzwakte, hartinfarct of beroerte.

Hoe wordt de diagnose van slaapapneu gesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van een gespecialiseerd slaaponderzoek (polysomnografie) in een slaapcentrum. Tijdens de slaap worden diverse lichaamsfuncties gemeten.

  • De hersenactiviteit via een elektroencefalogram (EEG)
  • De horizontale en verticale oogbewegingen via een electroöculogram (EOG).
  • De spieractiviteit via een electromyograaf (EMG).
  • De luchtstroom door neus en mond via een sensor ter hoogte van de neus.
  • De borst- en/of buikbeweging via een band om borst en buik.
  • De hartfunctie via een elektrocardiogram (ECG).
  • De zuurstofverzadiging van het bloed via een sensor op de vinger.
  • De slaaphouding.
  • De snurkgeluiden.
Inhoudsverantwoordelijke Dr. Susie Klerkx, Pneumologie (ZOL Maas en Kempen) - 2024