Binnen slokdarmkanker maken we een onderscheid tussen 2 types: het spinocellulair carcinoom situeert zich meestal in het bovenste deel van de slokdarm. De belangrijkste risicofactoren hiervoor zijn overmatig alcoholgebruik en roken. Het andere type betreft het adenocarcinoom, dit ontstaat meestal in het kader van chronische gastro-oesofagale reflux en Barrett.
In de maag betreft het meestal een maagadenocarcinoom. Risicofactoren hiervoor zijn oa infectie met Helicobacter Pylori, atrofie van het maagslijmvlies,…
Een andere zeldzame vorm van maagkanker betreft een gastro-intestinale stromale tumor.
Mogelijke symptomen die kunnen wijzen op slokdarm of maagkanker zijn: verminderde eetlust, onverklaarde vermagering, braken, gevoel dat het eten niet vlot passeert, zwarte stoelgang, pijnklachten in de bovenbuik,…
De diagnose wordt meestal gesteld via een gastroscopie waarbij dmv een camera het slijmvlies van de slokdarm en de maag wordt bekeken en weefselstalen worden genomen voor microscopisch onderzoek. Naast een bloedonderzoek zullen verdere stagingonderzoeken worden uitgevoerd, dit kan gaan om een echo-endoscopie, CT-scan, PET-scan of MRI. Deze onderzoeken zijn nodig om de uitgebreidheid van de ziekte en eventuele verspreiding naar andere organen in beeld te brengen.
De behandeling is erg afhankelijk van het stadium van de ziekte, de lokalisatie en de algemene toestand van de patiënt.
Als er geen uitzaaiingen worden vastgesteld, zal een curatief behandelingsplan worden opgesteld met het doel de ziekte te genezen. Voor de meeste patiënten betekent dit een heelkundige resectie, in vele gevallen voorafgegaan door een combinatie van radiotherapie en chemotherapie dan wel chemotherapie +/- immunotherapie. Afhankelijk van het type kanker en de lokale uitgebreidheid volgt er na de operatie nog een nabehandeling met immuuntherapie en/of chemotherapie. Enkel bij zeer vroegtijdige diagnose kan een endoscopische resectie soms mogelijk zijn.
In het geval van uitgezaaide ziekte spreken we van een niet-curatieve setting. Hierin ligt het doel om de levensduur te verlengen met een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. De behandeling bestaat uit chemotherapie, al dan niet in combinatie met immunotherapie en/of doelgerichte behandeling.