Beroerte
Wat is een beroerte?

Als de bloedtoevoer naar de hersenen plots onderbroken wordt, spreken we van een beroerte of CVA (=cerebrovasculair accident). Een beroerte ontstaat meestal plots, zonder voorafgaande waarschuwing. Dit kan eveneens tijdens de nacht voorkomen, zodat de symptomen pas ontdekt worden bij het ontwaken.

Er zijn twee grote vormen van beroerte te onderscheiden:

  1. Herseninfarct (80% van de CVA’s )

    Dit is de meest voorkomende vorm. Hierbij wordt er een bloedvat in de hersenen afgesloten door een bloedstolsel of een dichtgeslibd bloedvaatje in de hals of in de hersenen (bijvoorbeeld door slagaderverkalking). Hierdoor krijgen de hersenen weinig of geen zuurstof meer, wat zorgt voor schade in de hersenen.

    Een TIA (transiënte ischemische aanval) kenmerkt zich door kortstondige, neurologische uitvalsverschijnselen (maximaal 24 uur). Een TIA kan de voorbode zijn van een CVA met blijvende uitvalsverschijnselen en noopt om die reden tot dringend neurologisch nazicht om de onderliggende oorzaak te identificeren en te behandelen.

  2. Hersenbloeding (20% van de CVA’s)

    Bij een hersenbloeding scheurt of knapt er een bloedvat in de hersenen open waardoor het bloed zich in het hersenweefsel ophoopt.

    Een hersenbloeding komt relatief vaker voor bij jongere mensen. Wanneer de bloeding niet in het hersenweefsel, maar rond het hersenweefsel voorkomt, kan de doorbloeding soms worden hersteld.

Oorzaken

Indien de persoon met een beroerte zich in de acute fase (dit is binnen 4,5 uur na het ontstaan van de uitvalsverschijnselen) aanmeldt op de Spoedgevallen, bestaat de klassieke behandeling uit intraveneuze thrombolyse. In geselecteerde gevallen , bijvoorbeeld een thrombose van de a. basilaris, is een invasieve procedure mogelijk (thrombectomie).
Voor meer uitleg bekijk zeker de video’s.

Tijdens de opname op onze eenheid voor beroertezorg, wordt met behulp van een snelle en gestandaardiseerde oppuntstelling gezocht naar de oorzaak van het TIA of van het CVA. Deze oorzaken vallen binnen 1 van de volgende 5 categorieën:

  1. Atherosclerose (vernauwing) van de grote slagaders
  2. Cardiogene embolisatie (bloedklontervorming vanuit het hart);
  3. Occlusie (verstopping) van een kleine slagader;
  4. Een andere aanwijsbare oorzaak;
  5. Ongekende oorzaak.

De verdere behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de beroerte.

In geval van een vernauwing van de carotis (halsslagader), kan een heelkundige ingreep overwogen worden .

Bij cardiogene embolisatie zal een ontstollende behandeling worden opgestart. In het geval van voorkamerfibrillatie (VKF, hartritmestoornis), die niet gerelateerd is aan een aandoening van de hartkleppen, gaat de voorkeur tegenwoordig uit naar de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC, bloedverdunner). Dankzij de NOAC zijn frequente controles van de bloedstolling overbodig en is het risico op onder- of overbehandeling afgenomen.

In zeldzame gevallen is een beroerte toe te schrijven aan een PFO (patent foramen ovale, een defect in de wand tussen rechter en linker voorkamer van het hart) en kan dit defect gesloten worden.

Indien een beroerte veroorzaakt wordt door de verstopping van een kleine slagader, zullen de risicofactoren voor hart- en bloedvataandoeningen zo strikt mogelijk gecontroleerd worden met behulp van bloeddruk en cholesterolverlagende medicatie, antistollende medicatie en, zo nodig, antidiabetica (medicatie voor suikerziekte).

De opvolging op de afdeling gebeurt in een multidisciplinair kader. Afhankelijk van de uitvalsverschijnselen en de oorzaken van de beroerte, worden er kinesi- en ergotherapeutische, logopedische, diëtistische en sociale begeleiding gestart.

Na de diagnostische en therapeutische oppuntstelling, volgt de revalidatie-fase.

Behandelbare risicofactoren

Na een eerste beroerte is er een verhoogd risico op herval. De risicofactoren die een nieuwe beroerte in de hand werken, zijn in de meeste gevallen behandelbaar. Met enkele aanpassingen aan de levensstijl, kan dit risico reeds beperkt worden.

1. Roken

Roken is een belangrijke risicofactor voor een herseninfarct of hersenbloeding. Daarom adviseren wij het roken te stoppen. Indien u rookt adviseren we u contact op te nemen met een tabakoloog. Een tabakoloog is gespecialiseerd in de begeleiding van rokers die willen stoppen met roken en gebruikt hiervoor zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze behandelingen. Een tabakoloog in uw buurt vindt u via rookstop.vrgt.be . Meer info over stoppen met roken vindt u via www.tabakstop.be .

2. Hoge bloeddruk

Indien uw bloeddruk verhoogd is, zal u een behandeling worden voorgesteld. Zoutrijke voeding wordt het best vermeden. Wij raden u aan om de bloeddruk ook thuis verder frequent (meermaals per week) te meten. Dit gebeurt het best op een vast tijdstip en in ontspannen toestand (bv. ’s ochtends kort na het ontwaken). Wanneer de bloeddruk regelmatig hoger dan 130 mmHg bovendruk en 80 mmHg onderdruk bedraagt, dient de behandeling te worden aangepast. Hiervoor adviseren we u om uw huisarts te raadplegen.

3. Suikerziekte

Patiënten met suikerziekte hebben een verhoogd risico op hart- en bloedvaatziekten, in het bijzonder wanneer de bloedsuiker slecht gecontroleerd is. Wij adviseren u het advies van uw huisarts en endocrinoloog streng op te volgen en een suikerarm voedingspatroon te volgen. Indien u geen suikerziekte heeft maar wel een herseninfarct doormaakte, raden wij regelmatige controle van de bloedsuiker bij uw huisarts aan. Via HALT2diabetes kan u het risico op het krijgen van suikerziekte binnen de komende 2 jaar nagaan.

4. Te hoge cholesterol

Een verhoogd LDL cholesterol verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Na een herseninfarct of een hersenbloeding heeft u baat bij gezonde voeding, arm aan verzadigde vetzuren en transvetten. Deze zijn vooral terug te vinden in dierlijke producten zoals rood vlees, zuivel en eieren, maar komen ook in gefrituurde en bewerkte voeding (gebak, koekjes) voor; daarnaast zijn ze ook terug te vinden in kokosvet en palmolie. Onverzadigde vetten (zoals bv. in noten of andere plantaardige olieën) zijn niet ongezond. Aangezien ons lichaam zelf cholesterol produceert, is het mogelijk dat uw cholesterol ondanks een gezonde voeding toch verhoogd is of blijft. Mogelijks is het in dat geval nodig een medicijn in te nemen dat het LDL cholesterolgehalte in het bloed doet dalen. Dit is in het bijzonder het geval na een herseninfarct. Ook wanneer uw cholesterolgehalte normaal is, adviseren we u na een herseninfarct om het cholesterolgehalte in het bloed regelmatig door de huisarts te laten controleren.

5. Overgewicht

Vermagering is aangewezen bij patiënten met overgewicht. In dat geval komt u ook in aanmerking voor begeleiding door een diëtist. Vraag hierover raad aan uw huisarts.

6. Onvoldoende beweging

Regelmatig bewegen of sporten met matige intensiteit is onderdeel van een gezonde levensstijl. Wij adviseren u om dagelijks minstens 30 minuten in beweging te zijn.

7. Overmatig alcoholgebruik

Overmatig alcoholgebruik raden we af. Alcoholconsumptie verhoogt het risico op een herseninfarct, onder meer door verhoging van de bloeddruk en een verhoogde vatbaarheid voor hartritmestoornissen. Drink niet dagelijks, en niet meer dan 2 eenheden alcohol/dag. Vraag raad aan uw huisarts indien u moeilijkheden ervaart om uw alcoholgebruik te verminderen.

8. Hartaandoeningen en voorkamerfibrillatie

Hebt u voorkamerfibrillatie (een hartritmestoornis), praat met uw arts over de mogelijke behandeling. Werd er reeds medicatie voorgeschreven, blijf deze thuis verder nemen.